| |
Steunpunt Woonstrijd
Woonstrijd
Woonstrijd is een veelomvattend begrip. Uitgangspunt is dat wonen een recht is dat met waarborgen is omgeven. Eén van die waarborgen is dat je niet zomaar uit je woning gezet mag worden, of het nu om een huurwoning gaat of om een kraakpand. Woonstrijd ontstaat wanneer deze rechten niet meer vanzelfsprekend zijn en er aan getornd wordt. Veel studenten, gezinnen met kinderen en vluchtelingen zijn nu al genoodzaakt tijdelijke huurcontracten aan te gaan, in zowel antikraak- als sloopwoningen. Deze contracten zijn om verschillende redenen ongunstig voor zowel de huurder als het tegengaan van woningnood en bouw van sociale huurwoningen. Op deze pagina zullen we ingaan op verschillende aspecten van de woonstrijd zoals die op dit moment wordt gevoerd.
Steunpunt Woonstrijd
Begin 2007 is er vanuit het Kraakspreekuur Groningen een nieuw initiatief tot standgekomen dat zich specifiek bezig houdt met woonstrijd. Inmiddels is dit initiatief actief onder de naam Steunpunt Woonstrijd. Directe aanleiding voor de oprichting van het Steunpunt was de recente ontwikkeling in Groningen waarbij kraakpanden steeds vaker veranderen in anti-kraakpanden. Bewoners van kraakpanden zetten steeds vaker hun handtekening onder een kraakwachtcontract, waarmee zij een groot deel van hun woonrechten inleveren. Een belangrijk doel voor het Steunpunt Woonstrijd is voorlichting geven aan krakers en anti-krakers over hun rechten. In de praktijk blijken deze mensen erg slecht op de hoogte te zijn van de voor- en nadelen van kraken en anti-kraak.
Behalve voorlichting geven is het Steunpunt ook een lobby begonnen bij de Gemeente Groningen om haar beleid ten aanzien van anti-kraak te herzien. De Gemeente Groningen ziet anti-kraak als een aanvaardbare manier om de woningnood onder studenten en jongeren op te lossen. Zelf werkt de gemeente voor het vullen van haar leegstaande panden nauw samen met kraakwachtbureau Carex BV. De Gemeente is ervan overtuigd dat Carex BV een veel ideelere en socialere organisatie is dan andere kraakwachtbureau's. Intussen lijkt de Gemeente wel op aandringen van het Steunpunt serieus te onderzoeken of tijdelijke verhuur volgens de Leegstandswet een alternatief zou kunnen zijn voor anti-kraak.
Op initiatief van de Steungroep Woonstrijd heeft de gemeenteraadsfractie van GroenLinks vragen aan B&W gesteld over de wildgroei van kraakwachtbureau's.
De Gemeente zal dit najaar starten met een ´woonvisie`. Daarin komen ook beleidsuitspraken te staan over de voorraad sociale huurwoningen en de betaalbaarheid van woningen. Steunpunt Woonstrijd gaat tezijnertijd hierover meepraten en zal een kritisch geluid laten horen. Andere partijen die meepraten zijn o.a. Carex BV, woningbouwcorporaties en de woonbond.
Naast Steunpunt Woonstrijd zijn in Groningen verschillende organisaties actief op het gebied van woonstrijd. De belangrijkste zijn SASH en Stichting Awier (Actiegroep Wonen Is Een Recht), beiden zijn onafhankelijk en niet aan een politieke partij gelieerd. SASH houdt zich vooral bezig met huren, terwijl Stichting Awier haar aandacht ook richt op het kraken in de stad Groningen.
Huren
Tijdelijk huren
Kraken
Anti-kraak
Woningnood, leegstand en bouw van sociale huurwoningen
De plannen van Dekker
Nieuwbouw noodzakelijk
Een zogenaamde oplossing van de gemeente van het woningnoodprobleem, is het afgeven van vergunningen om panden tijdelijk bewoonbaar te maken. Dit is echter een schijnoplossing. Deze tijdelijke huurders hebben in feite geen eigen woonruimte, zij hebben slechts tijdelijk een dak boven hun hoofd. Maar in de statistieken worden zij niet als huiszoekenden meegenomen, zodat het lijkt alsof er geen woningnood is, want is de redenatie, deze mensen hebben een woning, al is het tijdelijk. Door middel van deze statistische list kunnen gemeenten en woningcorporaties de bouw van goedkope huurwoningen ontduiken. Wat zij graag willen, want met sociale huur is geen cent te verdienen.
Daarbij komt dat deze tijdelijke woningen niet optimaal bewoond worden, er wonen vaak slechts 2 of 3 mensen, terwijl er met gemak 10 zouden kunnen wonen, zoals in de Friesland Bank aan de Grote Markt. Voorbeelden in de stad zijn er volop te noemen. Vele straten in de Oosterparkwijk hebben het bijvoorbeeld moeten ontgelden. Neem de Gerbrand Bakkerstraat; in deze prachtige straat woonden veel mensen voor een lage huur. Voornamelijk door de locatie was er veel geld te verdienen door deze huizen samen te voegen en ze te verkopen. Oude bewoners zijn met een oprotpremie de straat uit gestuurd en moesten wijken voor de rijken, naar de randen van de stad, waar nog wel goedkopere en betaalbare huurwoningen waren. Ook de bewoners van sociale huurwoningen uit onder andere de Grunobuurt, Vinkhuizen, Korrewegwijk en Herewegbuurt moesten vertrekken of zullen nog moeten vertrekken voor de komst van duurdere huur- of koopwoningen naar goedkopere delen van de stad. Die woningen zijn echter schaars aan het worden, ze worden gesloopt of verbouwd tot koophuis. Nergens worden betaalbare woningen voor deze groepen bewoners gebouwd, omdat er niets mee te verdienen valt.
De woningbouwproductie moet omhoog om de woningnood tegen te gaan. Meer nieuwbouw is nodig, daar is iedereen het over eens. Maar of die zal toenemen is echter nog steeds onduidelijk. Het zal niet liggen aan een tekort aan geld, want corporaties hebben genoeg vermogen. Nee, de oorzaken van de huidige woningnood liggen aan een gebrek aan initiatief bij corporaties en gemeenten.
Wat is tijdelijk huren?
Tijdelijk huren volgens de Huurwet
Tijdelijk huren volgens de Leegstandswet
Tijdelijke huur is een fenomeen dat zich bevindt tussen de grenzen van huren en anti-kraak. Het komt er kortgezegd op neer dat een aantal rechten van de huurder, zoals vastgelegd in de Huurwet niet gelden. Je betaalt gewoon huur. Daarnaast betaal je energie, water (evt. servicekosten) en de overige huurderslasten. In tegenstelling tot anti-kraak is tijdelijk huren wel vastgelegd in de wet, maar dat maakt het er niet minder erg op voor de huurder. De huurder kan zonder geldige reden (weliswaar met een opzegtermijn van 3 maanden) uit zijn woning gezet worden, heeft geen recht op een oprotpremie en heeft geen enkele garantie op vervangende woonruimte.
Een aantal makelaar-achtige bedrijven heeft zich gespecialiseerd in de tijdelijke verhuur van woningen, ook in Groningen. Sommige van deze bedrijven suggereren dat als de aangegane overeenkomst goed is nagekomen, wordt geprobeerd andere woonruimte aan te bieden. Hiervoor bestaan echter geen garanties. Het is niet bekend hoeveel mensen er op dit moment een huurcontract op tijdelijke basis hebben.
Er zijn twee situaties waarin tijdelijke verhuur wettelijk is toegestaan. De situatie waarin de verhuurder in het huurcontract vastlegd op termijn zelf weer gebruik te willen maken van de woning en de situatie waarbij een woning valt onder de Leegstandswet.
De huurder ontleent zijn rechten aan het Burgerlijk Wetboek. Gesteld kan worden dat het BW de huurder een uitgebreide bescherming biedt. Dat houdt in dat het voor de verhuurder in beginsel niet eenvoudig is om eenzijdig een huurovereenkomst op te zeggen. De wet biedt daartoe slechts in een beperkt aantal gevallen de mogelijkheid. Dan moet al gauw worden gedacht aan wanbetaling, overlast, e.d. Voorts is onder bepaalde voorwaarden eenzijdige opzegging mogelijk in die gevallen waarin een huurcontract voor bepaalde tijd is aangegaan.
Het huurrecht voorziet in de mogelijkheid om een huurcontract voor bepaalde tijd aan te gaan. Het contract moet in dat geval een beding bevatten waarin is geregeld dat de eigenaar/bewoner de verhuurde woning na afloop van de huurtermijn (weer) zelf wil gaan bewonen. Onder verwijzing naar deze opzeggingsgrond kan de verhuurder de huurovereenkomst te zijner tijd eenzijdig opzeggen. Altijd moet een opzegtermijn in acht worden genomen. Deze termijn beloopt minimaal drie maanden. De huurder is in geval van een huuroverkomst voor bepaalde tijd verplicht de afgesproken periode vol te maken, tenzij anders is afgesproken. Als de huurder voor het verstrijken van de afgesproken periode de woning verlaat, kan hij meestal gedwongen worden het resterende huurbedrog alsnog te betalen.
Als de verhuurder niet op tijd opzegt loopt het huurcontract gewoon door. Bovendien moet de verhuurder na het verstrijken van de bepaalde tijd nog steeds belang hebben bij de huurbeëindiging. Als hij bijvoorbeeld heeft gesteld dat hij zelf in de woning wil terugkeren en het blijkt dat hij dat niet meer van plan is, kan de huur niet meer om deze reden beëindigd worden.
De huurovereenkomst kan steeds met een bepaalde periode worden verlengd.
Een bepaling in het huurcontract waarin de huurder aangeeft akkoord te gaan met het beëindigen van de huur over bijvoorbeeld een jaar is ongeldig. Wel is het mogelijk dat de huurder kort na het betrekken van de woning een verklaring ondertekent dat hij er na bijvoorbeeld elf maanden uit moet. Daar zal de huurder zich aan moeten houden. Niet zomaar ondertekenen dus zo'n verklaring!
Natuurlijk zal het voorkomen dat de eigenaar/verhuurder echt van plan is zijn pand in de toekomst zelf te gaan bewonen, maar in veel gevallen zal een dergelijke bepaling in het huurcontract niet meer dan een trucje zijn om niet te vast aan een huurder te zitten. Feit blijft dat een verhuurd pand moeilijker te verkopen is en ook minder waard is.
De wettelijke huurbescherming vervalt wanneer de Leegstandswet van toepassing is. De gemeente heeft de bevoegdheid om eigenaren van woningen een vergunning te verlenen voor het tijdelijk verhuren van woonruimte die leegstaat. Vaak gaat het hierbij om woningen in een project van stedelijke vernieuwing die op termijn gesloopt worden. De woningen beschikken nog over alle voorzieningen. De tijdelijke verhuur op grond van de Leegstandswet beoogt in maatschappelijk opzicht ongewenste leegstand van woningen tegen te gaan. Is de vergunning op basis van artikel 15 van de Leegstandswet eenmaal afgegeven dan kan de eigenaar in een huurovereenkomst tot zodanige afspraken komen dat de huurder geen aanspraken meer kan maken op huurbescherming. Zo bouwt de eigenaar de zekerheid in dat de woning na afloop van de overeengekomen termijn weer vrijkomt. De huurovereenkomst moet schriftelijk worden aangegaan. In het contract moet staan hoe lang de vergunning geldig is. Wordt dit niet vermeld, dan is het huurrecht van toepassing en geniet de huurder volledige huurbescherming.
De meeste gemeenten hebben een gemeentelijke Verordening Tijdelijke Verhuur. Daarin is geregeld welke procedure moet worden gevolgd en aan welke voorwaarden moet worden voldaan. Vergunningen worden aangevraagd met behulp van het Model aanvraagformulier tijdelijke verhuur op grond van de Leegstandswet. De vergunning wordt voor twee jaar afgegeven met de mogelijkheid van drie keer een verlenging van een jaar tot vijf jaar. Een vergunning voor tijdelijke verhuur kan een verhuurder/eigenaar aanvragen voor huurwoningen die, op het moment van aanvraag van de vergunning, bestemd zijn voor sloop of voor een ingrijpende renovatie. In het geval van sloop moet de verhuurder aantonen, dat de sloop binnen een 'redelijke' termijn zal plaatsvinden. De vergunning wordt verleend als:
- de woonruimte leegstaat;
- van de eigenaar 'in redelijkheid niet kan worden gevergd' dat hij de woonruimte op andere wijze laat bewonen;
- de eigenaar aantoont dat er voldoende mensen in de woning komen wonen.
B&W stellen de maximale huurprijs vast op basis van het puntenstelsel van de Huurprijzenwet Woonruimte. Een overeenkomst moet voor minimaal zes maanden worden aangegaan, de opzegtermijn bedraagt voor de verhuurder drie maanden en voor de huurder een maand. De huurovereenkomst eindigt zonder meer wanneer de vergunning afloopt, tenzij reeds om de verlenging van de vergunning is verzocht en op dit verzoek nog niet is beslist.
Voor sloopwoningen die eigendom zijn van de gemeente geldt een aparte regeling. De gemeente heeft geen vergunning nodig voor tijdelijke verhuur. Als de sloop niet doorgaat vervalt de tijdelijkheid van het contract en kan de huurder zich beroepen op het huurrecht.
Waarom kraken?
kraakverbod?
Waarom kraken?
Nederland is het enige land ter wereld waar het kraken niet verboden is bij wet. Dit betekent niet dat er in andere landen niet wordt gekraakt, maar het geeft wel aan dat het een algemeen geaccepteerd en toegepast instrument is om woningnood en leegstand tegen te gaan. Vooral in de jaren '70 en '80 vierde de kraakbeweging hoogtij, ook in Groningen. Tegenwoordig wordt er nog steeds gekraakt en dat zal ook wel zo blijven. De motieven om te kraken zijn nog steeds dezelfde als 20 jaar geleden.
Als geen andere groep heeft de kraakbeweging in de loop der jaren haar bijdrage geleverd aan de woonstrijd. Zeker in het verleden werd er de machthebbers in de Nederlandse steden terdege rekening gehouden met de wensen van de kraakbeweging. Regelmatig zijn grote sloopplannen naar de prullenbak verwezen na protesten en ook zijn veel kraakpanden gelegaliseerd tot woongroepen. Het Oude RKZ in Groningen is daar misschien wel het beste voorbeeld van. In sommige steden hebben krakers nog steeds wel invloed, vooral in buurten. In Groningen vormt de kraakbeweging helaas geen enkele vuist meer.
Krakers vinden dat ze het recht hebben panden te kraken zolang er leegstand is, terwijl er ondertussen ook mensen dakloos zijn. Hierin worden ze vrij ver gesteund door de wet. Kort gezegd is het mogelijk een pand te kraken als het een jaar of langer leeg staat. Mensen mogen dan dit pand in gebruik nemen als woonruimte, wat wil zeggen dat ze er een bed en een stoel moeten hebben staan. De eigenaar van het pand mag ze er dan niet zomaar uitzetten.
De kraakscene is een echte scene. Het is voor buitenstaanders meestal een vrij gesloten wereldje. Krakers zijn veelal linkse, kritische en activistische mensen met een duidelijke mening en de wil om daadwerkelijk iets met die mening te doen. Kraakpanden vormen vaak het centrum van activeiten op allerlei politieke deelgebieden, zoals anti-militarisme, anti-fascisme, anti-seksisme en anti-bont. Daarnaast zijn kraakkroegen het middelpunt van de 'alternatieve' scene in een stad.
In Nederland is veel leegstand en veel woningnood. Veel leegstand wordt veroorzaakt door speculatie met onroerend goed. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat een pand langere tijd (soms zelfs jarenlang) niet gebruikt wordt omdat dit in het (financieel) belang van de eigenaar is. Langdurige leegstand heeft, naast het onrechtvaardige aspect dat tegelijkertijd ook mensen dakloos zijn, nog meer nadelige gevolgen. Leegstaande panden trekken vaak vandalen aan. Zo worden ruiten ingegooid, worden panden beklad en wordt er soms zelfs brand gesticht. Maar ook zie je vaak dat tuinen overwoekeren en schuttingen vergaan. Dit alles heeft een heel nadelige invloed op het leven in de bewuste buurt. Omwonenden zijn daarom vaak juist heel blij dat krakers intrek nemen in een pand dat lang leeg heeft gestaan. Krakers proberen dan ook meestal (helaas niet altijd) meteen na de kraak een goede band met de buurt op te bouwen. In buurtcomité's gaan krakers geregeld hand in hand de strijd aan met de problemen die er in hun wijk spelen.
Bij het kraken komt heel wat kijken, zowel in de voorbereiding van de kraak als het daadwerkelijk in gebruik nemen van het pand, maar meer daarover op de pagina van het kraakspreekuur.
Anti-kraak, ook wel kraakwacht genoemd, verdient eigenlijk geen ruimte op deze pagina over woonstrijd. Dit fenomeen is namelijk één van de grootste bedreigingen voor zowel het kraken als huren. Het is daarom goed het een en ander uit te leggen over anti-kraak onder het motto: know your enemy.
Wat is anti-kraak?
Wat is er mis met anti-kraak?
Kraakwachtbureau's in Groningen
Tot slot
Anti-kraak houdt in dat leegstaande panden tijdelijk worden gebruikt door bewoners danwel atelierhouders zonder huurcontract. Een kraakwacht-overeenkomst is een bijzondere vorm van bruikleen. De eigenaar van een leegstaand pand sluit een contract met een kraakwachtbureau om tijdelijk mensen in zijn pand te zetten, zodat deze niet gekraakt kan worden. Het kraakwachtbureau sluit vervolgens weer een contract met een woningzoekende of een kunstenaar die atelierruimte zoekt. Dit contract is geen huurcontract zoals beschreven in de Huurwet, maar een gebruikerscontract.
Er kleven drie grote nadelen aan anti-kraak:
Ten eerste:
In tegenstelling tot wat de meeste kraakwachtbureau's beweren houdt anti-kraak de leegstand in stand of bevordert het zelfs. Veel pandeigenaren hebben er uit speculatiemotieven baat bij dat er niets gebeurt met hun pand, opdat zij het later voor een veel hogere prijs kunnen verhuren of verkopen. Vaak laten zij hun pand meer dan een jaar leegstaan, hetgeen betekent dat het gekraakt kan worden. Om dit te voorkomen schakelt een eigenaar een kraakwachtbureau in, die daarmee dus de leegstand bevorderd. Door de aanwezigheid van het fenomeen kraakwacht worden pandeigenaren zelfs aangemoedigd om hun pand leeg te laten staan. Er bestaat immers geen gevaar dat het pand gekraakt wordt. De kraakwachtbureau's snoepen inmiddels van twee kanten: ze ontvangen geld van de pandeigenaar én van de gebruiker.
Ten tweede:
Het gebruikerscontract is geen huurcontract en ontbeert daarmee alle waarborgen die in de Huurwet zijn vastgelegd ter bescherming van de huurder. De wettelijke opzegtermijn van een huurcontract door de verhuurder geldt hier niet. In het gunstigste geval mag een gebruiker er nog vier weken zitten, maar vaak zal dit veel korter zijn. Het kraakwachtbureau heeft geen onderhoudsplicht, mag ten allen tijde het pand betreden en is niet schadeplichtig indien door nalatigheid van het kraakwachtbureau of de pandeigenaar schade is ontstaan aan de goederen van de gebruiker. Verder kan de gebruiker maar beperkt een beroep doen op de rechter bij niet-nakoming van het gebruikerscontract door het anti-kraakbureau, omdat er wettelijk niets geregeld is ten aanzien van dit soort contracten. Het komt er dus op neer dat het anti-kraak de Huurwet ondermijnt. Nu zullen veel kraakwachten zeggen dat dat hun probleem is en dat ze daar zelf voor hebben gekozen, maar zo gemakkelijk ligt het niet. Door de anti-kraak en ook door tijdelijke verhuur, waarbij je iets meer rechten hebt, ontstaat er een inflatie van het huurrecht. De Huurwet is geschreven ten gunste van de huurder, maar door deze nieuwe 'verhuur'-methoden worden de rechten van de huurder steeds meer aangetast. In het meest ongunstige geval zal dat leiden tot een aanpassing van de Huurwet, waarbij verhuurders steeds meer vrijheden krijgen om het leven van huurders zuur te maken.
Ten derde:
Er is geen wettelijke basis voor het systeem van anti-kraak:
Volgens sommige kraakwachtbureau's is een kraakwachtovereenkomst een bruikleenovereenkomst, geregeld in de artikelen 1777t/m1798 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek.
De wetgever heeft met deze overeenkomstsvorm (de bruikleenovereenkomst) echter nooit het systeem van antikraak willen creëren.
Het bruikleencontract gebruiken voor anti-kraak heeft slechts één doel, nl. het ontduiken van de regels van het huurrecht. Dit is ethisch onjuist (in strijd met de goede zeden).
Kraakwachtbureau´s zoals CareX BV vragen gemiddeld 250 tot 300 euro borg. In dit wet is niets geregeld over de mogelijkheid om een borg te vragen bij een bruikleenovereenkomst.
Een bruikleencontract loopt af op een vantevoren afgesproken tijdstip of indien de gebruiker klaar is met het gebruik. Wil de uitlener het goed voortijdig terug vanwege dringende en onverwachts opkomende redenen, dan dient de rechter daarover een uitspraak te doen. In een kraakwachtcontract wordt nooit de mogelijkheid van tussenkomst van de rechter genoemd, vaak wordt het zelfs uitgesloten. Dringende en onverwachts opkomende redenen worden in het kraakwachtwachtcontract genoemd als aanleiding om een bewoner binnen enkele weken te laten vertrekken.
Een bruikleencontract moet om niet worden gesloten. Dit betekent dat er alleen een onkostenvergoeding mag worden gevraagd. Deze onkostenvergoeding mag dus niet te hoog zijn.
In een uitspraak van de Rechtbank A'dam van 17 dec. '99 wordt bepaald dat een anti-kraakcontract moet worden beschouwd als huurcontract indien de maandelijkse vergoeding zo hoog is dat het niet te beschouwen is als een onkostenvergoeding (in casu was dat 450 gulden).
Als de uitspraak van de Amsterdamse Rechtbank legt naast een recent concept-contract van CareX BV voor een pand in Groningen-Zuid, moeten we concluderen dat ook hier eigenlijk sprake was van een huurcontract. Hier werd 175 euro 'gebruikersvergoeding' gevraagd door CareX BVaan de bewoners. 55 euro hiervan was bedoeld voor gas, water en licht. De rest ging naar CareX BV. Dit betekent aan de ene kant dat er sprake was van een huurcontract, omdat de gebruikersvergoeding te hoog was. En aan de andere kant dat er geen sprake kan zijn van een bruikleenovereenkomst, aangezien het niet om niet is. Van de 120 euro die CareX BV ontvangt is een deel pure winst. Directeur Hofstee van CareX BV heeft de laatste jaren een aantal bedrijfjes opgericht buiten de anti-kraaksector. Het personeel van deze bedrijfjes wordt betaald van de winst die hij maakt met CareX.
Dat een dergelijk contract moet worden beschouwd als huurcontract heeft duidelijke consequenties: het kraakwachtbureau moet zich houden aan het huurrecht. Typische 'kraakwachtbureaubevoegdheden' zoals het niet hebben van een onderhoudsplicht, het ten allen tijde kunnen betreden van een pand en het niet schadeplichtig zijn indien door nalatigheid van het kraakwachtbureau of de eigenaar schade is ontstaan aan de goederen van de bewoner, zouden daarmee in strijd zijn met het huurrecht.
Door de omvangrijke langdurige leegstaand in de stad is het anti-kraakgebeuren big business geworden. Er zijn dan ook meerdere kraakwachtbureau's actief in Groningen. Hieronder noemen we er een aantal, mogelijk zijn er nog meer.
CareX BV is verreuit het grootste en bekendste kraakwachtbureau in de stad Groningen. Bureau CareX BV wil nadrukkelijk niet omschreven worden als anti-kraak of kraakwacht. Ze heeft zichzelf een tijdlang ´organisatieburo´ genoemd en sinds enige tijd gebruikt zij de term ´anti-leegstandsburo´ om haar dubieuze activiteiten te verhullen. Volgens Carex BV heb je vier verschillende woonvormen, nl. huren, kraken, anti-kraak en CareX BV. Echter de enige reden die CareX BV kan aandragen waarom het geen anti-kraakburo zou zijn, is de bewering dat zij haar panden tot de nok toe volstopt met mensen zonder woonrechten, terwijl andere kraakwachtburo's slechts enkele personen zonder huurrechten in zo'n pand zouden laten wonen. "Ons eerste doel is het tegengaan van leegstand, niet van het beschermen van gebouwen tegen krakers", zegt directeur (en ex-kraker!) Lenze Hofstee. CareX BV heeft haar meeste panden in Stad, maar beheert ook gebouwen in de provincie, Friesland en in Assen. In Friesland is CareX BV snel aan het groeien. CareX BV is in 1993 ontstaan uit de Stichting Bonobo, die werd gerund door vrijwilligers. CareX BV heeft zeven mensen in dienst. CareX BV zetelt in een pand aan de Achterweg in Groningen (achter het station).
In geval van woonruimte vraagt CareX BV een bijdrage van 68 tot 175 euro per maand. Voor atelier of werkruimte wordt tussen de 22 en 68 euro gevraagd. Op dit moment hebben ongeveer duizend(!) mensen in Groningen een gebruikerscontract afgesloten met CareX BV. Voor zover bekend heeft CareX BV geen directe belangen in de vastgoedwereld. Wel probeert CareX BV nieuwe grote klanten te verwerven binnen die vastgoedwereld. Een voorbeeld daarvan is Hanzevast B.V., waarmee al intensief wordt samengewerkt. Veel CareX BV-panden zijn eigendom van de Gemeente Groningen, de Rijksuniversiteit Groningen en woningcorporaties. De Gemeente adviseert de woningcorporaties om in zee te gaan met CareX BV. CareX BV vaart hier wel bij. De Gemeente ziet samenwerking met dit kraakwachtbureau als een acceptabele manier om huisvestingsproblemen van onder andere studenten aan te pakken.
Ad Hoc Beheer B.V.
Dit anti-kraakburo is pas enkele jaren actief in de stad. Probeert CareX BV een pand nog wel eens een pand zo volledig mogelijk te vullen met kraakwachten, bij Ad Hoc wordt er vaak niet meer dan één kamertje gebruikt in een pand en vaak is dit 'gebruik' niet meer dan het neerzetten van een enkele schildersezel. Er lijkt sprake van een wat onprofessionele en tamelijk ondoorzichtige organisatie. Zo schakelt Ad Hoc een aan hen gelieerde organisatie in, Custodes BV, om op te treden als tussenpersoon tussen huurders en Ad Hoc, terwijl daarnaast Ad Hoc zelf met de huurder een bruikleenovereenkomst afsluit.
Ad Hoc is landelijk actief, maar heeft in Groningen een eigen kantoor aan de Hoge der A 31. Waarschijnlijk heeft Ad Hoc Beheer B.V. via vage constructies sterke banden in de vastgoedwereld.
Zie hier voor meer specifieke info over Ad Hoc B.V. en Custodes.
Dé Vastgoedbeschermer
Dit is een nieuwe speler op de Groninger 'anti-kraak-markt'. Dit bedrijf is landelijk actief. De werving en selectie van de kandidaatbewoners vindt plaats door de Stichting Tijdelijk Wonen. Gebruikers van een pand krijgen maximaal twee weken om hun woning te verlaten. De maandelijkse 'gebruiksvergoeding' is 145 euro, verder moet er een brandpreventiepakket van 65 euro worden betaald en een borg van 290 euro. Al met al niet veel goedkoper dan een huurwoning, alleen wat minder rechten. De Stichting Tijdelijk Wonen windt er geen doekjes om: op haar website staat een heuse tiplijn om leegstaande panden aan te melden waarvan je vindt dat er toch eindelijk een keer wat mee gaat gebeuren. Beloning voor de tip is dat je als eerste in aanmerking komt om te gaan wonen in het desbetreffende pand. Noch Dé Vastgoedbeschermer, noch de Stichting Tijdelijk Wonen heeft een kantoor in de stad.
Anti-kraak BV
Duidelijker kun je niet zijn met je naam. Anti-kraak BV is pas heel kort in Groningen actief. In het enige pand waarvan bekend is dat het door dit bedrijf beheerd wordt hangen posters voor de ramen met daarop de naam Anti-kraak BV. Het pand staat verder helemaal leeg, zelfs geen schildersezel. Anti-kraak BV hanteert een opzegtermijn van 2 weken, hetgeen zeer kort is. Het bedrijf heeft vestigingen in Utrecht en Amsterdam, maar beheert panden in heel Nederland. Anti-kraak BV komt voort uit de vastgoedsector.
Officieel is anti-kraak geen gebruik in de zin van de Leegstandswet. Dit houdt in dat als een pand langer dan een jaar leegstaat, maar gedurende dat jaar is 'gebruikt' (of misbruikt) door kraakwachten, het toch kan worden gekraakt. Dit blijkt o.a. uit jurisprudentie van Amsterdamse rechters. Verder is het in het verleden voorgekomen (voor zover bekend niet in Groningen) dat krakers anti-krakers uit hun pand hebben gezet. Ook dan is het voor een eigenaar moeilijk te bewijzen dat zijn pand in gebruik was, de anti-krakers hadden immers geen huurcontract. Afwachten dus of er krakers zijn in Groningen die hier het initiatief toe nemen.
Boven |
|